
Midden-Groningen pakt 'jeugdcriminaliteit' aan met tal van partners
Meer voortijdig schoolverlaten, een hoger aandeel huishoudens met problematische schulden en relatief meer kinderen die opgroeien in een uitkeringssituatie. Ook sociale factoren, zoals het hebben van criminele vrienden of het opgroeien in een omgeving waar criminaliteit zichtbaarder is, spelen een rol in de relatief hoge criminaliteitscijfers onder jongeren in de gemeente Midden-Groningen.
Dit antwoordt het college op schriftelijke vragen van de ChristenUnie.
Verleidingen
"Daarnaast zien we dat jongeren al op jonge leeftijd in aanraking kunnen komen met verleidingen vanuit de criminaliteit, bijvoorbeeld door signalen uit de praktijk van het ronselen van basisschoolkinderen. Wat begint met ogenschijnlijk kleine vergrijpen, kan zich ontwikkelen tot ernstigere problematiek. Deze combinatie van omstandigheden draagt bij aan het hogere aantal geregistreerde verdachten", aldus het college van Midden-Groningen.
Top 15
Midden-Groningen telde vorig jaar 213 verdachten per 10.000 jongeren. Met dit cijfer stond deze gemeente, volgens onderzoek van het CBS, in de top 15 van gemeenten in ons land.
Schooluitval
Binnen Midden-Groningen wordt deze problematiek gemonitord op basis van verschillende bronnen. Zo maakt ze gebruik van politiegegevens over geregistreerde verdachten, signalen vanuit onderwijs, jongerenwerk, leerplicht, boa’s en zorgpartners. En cijfers over risicofactoren, zoals schooluitval, schuldenproblematiek en gezinsomstandigheden. "In 2024 was bijvoorbeeld 1.72 procent van de jongeren van 12 tot 23 jaar geregistreerd als verdachte van een misdrijf. Dat percentage ligt iets hoger dan het landelijk gemiddelde van 1.47 procent. Deze combinatie kwantitatieve data en signalen uit de praktijk vormt de basis voor onze monitoring."
Risicofactoren
De relatief hoge cijfers hangen volgens het college samen met een stapeling van risicofactoren die in zijn gemeente bovengemiddeld aanwezig zijn. "Onderzoek laat zien dat jeugdcriminaliteit vaak niet op zichzelf staat, maar samenhangt met factoren zoals schooluitval, schuldenproblematiek, opgroeien in een kwetsbare thuissituatie en het ontbreken van perspectief."
Samenwerking
Het college zet in op een integrale en preventieve aanpak, waarbij samenwerking met partners centraal staat. Concreet: dit gebeurt onder meer via de Breed Jeugd Overleggen (BJO) 12- en 12+, waarin onder andere gemeente, scholen, politie, jongerenwerk, leerplicht, Halt en Kwartier Zorg en Welzijn gezamenlijk signalen bespreken en interventies afstemmen.
Jongerenwerk
Ook wordt geïnvesteerd in het versterken van het jongerenwerk (+), zodat professionals zichtbaar aanwezig zijn in wijken en vroegtijdig signalen kunnen oppakken. Ook loopt een proef gericht op risicojongeren vanuit Kwartier Zorg en Welzijn, waarbij een multidisciplinair team zich specifiek richt op jongeren die kwetsbaar zijn voor afglijden richting criminaliteit.
Vroegsignalering
Verder ligt de nadruk op vroegsignalering en preventie, het versterken van de samenwerking tussen onderwijs, zorg en veiligheid en het bieden van perspectief aan jongeren, bijvoorbeeld via begeleiding en ondersteuning. Tegelijkertijd wordt, waar nodig, ook handhavend opgetreden. De inzet van de jeugdagent en de jeugdboa draagt bij aan zichtbaarheid in de wijken, het opbouwen van relaties met jongeren en het voorkomen van escalatie.
Geen homogene groep
Het college heeft in algemene zin zicht op de groepen jongeren waar het om gaat, met name via signalen van partners binnen het netwerk. "Het betreft geen homogene groep. Er is sprake van verschillende categorieën jongeren, variërend van jongeren die lichte overlast veroorzaken tot jongeren die (dreigen te) worden betrokken bij zwaardere, ondermijnende criminaliteit. Wat opvalt is dat problematiek vaak al op jonge leeftijd begint en zich kan ontwikkelen. Het gaat regelmatig om jongeren die te maken hebben met een combinatie van risicofactoren, zoals problemen thuis, schooluitval, schulden in het gezin of negatieve sociale invloeden."



