
M-Groningen houdt nu geld over, maar verwacht vanaf 2028 fikse tekorten
De stijgende kosten binnen het sociaal domein (vooral jeugdzorg), aanvullende opgaven in de fysieke leefomgeving en een toename van wettelijke taken en organisatorische ondersteuning zorgen er voor dat Midden-Groningen in 2028 (11.031.000 euro), 2029 (14.776.000 euro) en 2030 (15.909.000 euro) met flinke tekorten komt te zitten. In 2027, zo verwacht wethouder Markus Ploeger, is de begroting sluitend.
"Dit college kiest er nadrukkelijk voor om het nieuwe college niet te confronteren met een niet-sluitende begroting voor 2027. Daarom worden in de Voorjaarsnota dekkingsopties voorgesteld om het begrotingsjaar 2027 sluitend te maken. Onder meer door inzet van reserves." Dat gaat om 3.297.000 euro. De gemeente blijft, aldus het college, in belangrijke mate afhankelijk van de Algemene Uitkering van het Rijk, waardoor wijzigingen in rijksbeleid een grote invloed hebben op het financiële beeld.
Ruim 8.8 miljoen over in 2025
Positieve cijfers zijn er ook. Midden-Groningen sluit 2025 af met een voordelig resultaat van 8.802.000 euro. Ploeger verwacht dat zijn gemeente dit jaar ook met een positief resultaat (1.415.000 euro) zal afsluiten.
Van de ruim 8.8 miljoen euro wil het college 1.783.000 euro toevoegen aan de reserve Jeugd. Dit bedrag is de ontvangen compensatie van het Rijk naar aanleiding van de commissie Van Ark over 2025. "De reserve Jeugd is bedoeld om tijdelijke financiële tegenvallers binnen de jeugdzorg op te vangen. Gezien de aanhoudende druk op de jeugdkosten en het feit dat structurele maatregelen tijd nodig hebben om effect te sorteren, is het noodzakelijk om geld beschikbaar te houden voor de komende jaren. Door deze aanvullende storting komt de omvang van de reserve Jeugd uit op afgerond 4.9 miljoen euro."
Reserve toekomstige tekorten
Van de ruim 8.8 miljoen euro stelt het college voor 4 miljoen euro te storten in het potje reserve toekomstige tekorten. "Deze reserve is bedoeld als incidentele buffer om financiële risico’s en toekomstige tekorten tijdelijk op te vangen. Hiermee ontstaat enige financiële ruimte om de komende jaren zorgvuldig afwegingen te maken over aanvullende maatregelen en financiële keuzes."
Algemene reserve
Het college wil ook 2.191.000 euro toevoegen aan de algemene reserve. "Hiermee komt de stand van de algemene reserve uit op afgerond 18 miljoen euro. Dit betreft de eindstand per 31 december 2025 en is exclusief eerder genomen besluiten over onttrekkingen in toekomstige jaren."
Personele inzet en capaciteit
Door vooral niet (tijdig) kunnen invullen van vacatures en een toegenomen personeelsverloop heeft de gemeente vorig jaar 3.982.000 euro minder uitgegeven aan personele inzet en capaciteit dan begroot. "Deze lagere personeelsinzet doet zich organisatie-breed voor en is zichtbaar binnen meerdere programma's." Aan de andere kant zijn op enkele onderdelen hogere personeels-gerelateerde lasten zichtbaar. Denk aan kosten voor ziekte, arbeidsongeschiktheid en een hogere inzet binnen specifieke uitvoeringsonderdelen (onder andere participatie).
Wet DBA
"Deze nadelen worden in een aantal gevallen gedekt vanuit specifieke uitkeringen van het Rijk, waardoor het effect op het saldo beperkt blijft. Daarnaast speelt de aangescherpte toepassing van de Wet DBA een rol. Hierdoor wordt kritischer gekeken naar de inzet van externe capaciteit. In combinatie met een krappe arbeidsmarkt, waarin het ook lastig is om geschikte kandidaten te vinden, heeft dit effect op de mate waarin vacatures en tijdelijke inzet kunnen worden ingevuld. De impact van deze ontwikkeling is in eerdere ramingen onderschat en daardoor niet tijdig als afzonderlijk aandachtspunt geadresseerd."
Krappe arbeidsmarkt
"Het geschetste beeld sluit aan bij een bredere ontwikkeling waarbij gemeenten te maken hebben met een krappe arbeidsmarkt en een toenemende uitstroom van personeel, terwijl de opgaven in onder andere het sociaal domein en de fysieke leefomgeving onverminderd groot blijven. Hierdoor blijft het invullen van vacatures uitdagend en is er blijvende spanning tussen de begrote personele capaciteit en ons vermogen deze daadwerkelijk in te vullen. De lagere inzet heeft in een aantal gevallen geleid tot vertraging in de uitvoering van werkzaamheden en het doorschuiven van activiteiten naar volgende jaren. Een relevante kanttekening is dat vanaf 2027 al een bezuiniging op de bedrijfsvoering van circa 1 miljoen euro is ingeboekt."
Realistische begroting
Ploeger noemt de meerjarenbegroting 2026 - 2030 een reële begroting. "We komen weer met een realistische begroting. Je moet gewoon eerlijk zijn (doelend op de verwachte tekorten/red.) "Op de 1 of andere manier komt er toch weer geld naar ons toe. De afgelopen 4 jaar hadden we sluitende begrotingen."



