
VVD Midden-Groningen: vaarverkeer kan niet op Schildmeer komen
VVD Midden-Groningen maakt zich zorgen over de bereikbaarheid van het Schildmeer. Door het stilvallen van de Slochtersluis en onderhoud aan de Groeve(s)luis is het gebied nu afgesloten voor vaarverkeer. "Precies aan het begin van het seizoen. Ondernemers lopen inkomsten mis en activiteiten liggen stil. Wij willen dat er snel met de partijen contact is, zodat de vaarroute weer opengaat."
"Dit moet gewoon opgelost worden." Ondernemers mogen hiervan, aldus VVD, niet de dupe zijn.
Watersportverenigingen
Fractievoorzitter Marjolein Vulpes: "De VVD-fractie heeft signalen ontvangen van ondernemers, watersportverenigingen en booteigenaren rondom het Schildmeer dat het meer momenteel volledig is afgesloten van het vaarwegennet. Door het stopzetten van de bediening van de Slochtersluis per 1 april en gelijktijdig onderhoud aan de Groeve(s)luis is er geen vaarroute meer beschikbaar. Dit gebeurt precies aan het begin van het vaarseizoen."
Gevolgen direct merkbaar
De gevolgen zijn, aldus Vulpes, direct merkbaar voor ondernemers, verenigingen en inwoners. "Ondernemers lopen omzet mis, activiteiten vallen stil en het gebied is tijdelijk niet bereikbaar voor recreatievaart."
Kansrijke economische pijler
De VVD zegt dat de recreatiesector in deze regio juist als kansrijke economische pijler wordt gezien, onder andere binnen het programma Nij Begun, waarin wordt ingezet op versterking van leefbaarheid en economie. De huidige situatie staat hier haaks op.
Urgentie
De coalitiepartij wil weten of het college op de hoogte is van de volledige afsluiting van het Schildmeer en de gevolgen daarvan voor ondernemers, verenigingen en inwoners. "Hoe beoordeelt het college de urgentie van deze situatie?" De VVD wil ook weten hoe de verantwoordelijkheden zijn verdeeld tussen provincie, Rijkswaterstaat, waterschap en gemeenten ten aanzien van de betrokken sluizen.
Vooraf geïnformeerd
"In hoeverre is de gemeente vooraf geïnformeerd of betrokken bij het stopzetten van de sluisbediening en het gelijktijdige onderhoud? Vindt het college dit een zorgvuldige gang van zaken? Deelt het college de zorg dat deze situatie leidt tot directe economische schade, een vertraagde start van het vaarseizoen en negatieve effecten op de leefbaarheid en toeristische aantrekkingskracht van het gebied? Is er zicht op de omvang van deze schade? Hoe beoordeelt het college deze situatie in het licht van de inzet op versterking van de recreatiesector via onder andere Nij Begun? Deelt het college de opvatting dat dit moeilijk te rijmen is met de ambitie om juist in deze sector te investeren? Welke concrete acties onderneemt het college op dit moment om samen met betrokken partijen zo snel mogelijk tot een oplossing te komen? Is het college bereid hierin actief de regie te nemen en partijen bijeen te brengen? Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat dit soort situaties zich opnieuw voordoen, met name op cruciale momenten, zoals de start van het vaarseizoen?"



